Fons Vermeulen (1913)

Fons Vermeulen vestigde zich kort na de Tweede Wereldoorlog als zelfstandig architect in Eindhoven. In zijn vroege ontwerpen streefde hij reeds naar harmonieuze verhoudingen; “intuïtief” stemde hij de maten en verhoudingen op elkaar af. Ook koos hij toen al voor grote soberheid in zijn ontwerpen. De ontwerpopdracht voor de atelierwoning voor Ton Smits, in 1956, was één van de eerste bouwprojecten van Vermeulen. Hij heeft zich bij dat ontwerp nog vooral laten leiden door zijn intuïtie.

Omstreeks 1946 ontmoette Fons Vermeulen de monnik-architect père Hans Van der Laan (1904-1991) voor de eerste maal. Hun ontmoeting was voor Vermeulen een openbaring. Hij vond bij père Hans bevestiging van zijn eigen bouwkundige opvattingen, onder andere met betrekking tot harmonische verhoudingen en soberheid. Père Hans maakte via zijn “leer van het Plastische Getal” expliciet, wat Fons Vermeulen innerlijk al “wist” (aanvoelde) en nastreefde in zijn eigen ontwerpen.

Enige jaren later volgde Vermeulen in 's-Hertogenbosch de Cursus Kerkelijke Architectuur onder leiding van père Hans. Pas daarná ging hij diens “leer van het Plastische Getal” consequent toepassen en werden zijn ontwerpen “in de maten gezet”. Fons Vermeulen werd een fervent aanhanger van de “Bossche School”-stijl. Hij ontwikkelde zich in de loop van de jaren '60 zelfs tot één van de meest vooraanstaande architecten van deze stroming. Fons Vermeulen noemt zichzelf een “Bossche School”-architect, maar hij benadrukt, dat hij zijn eigen artistieke inbreng steeds heeft laten prevaleren boven een strikte navolging van “de leer”. Père Hans waardeerde zijn werk zeer.