
In tegenstelling tot veel andere cartoonisten maakte Ton Smits zelden gebruik van een “gagwriter” (grappenbedenker of –schrijver) . Hij bedacht zijn getekende grappen zelf. De ideeën voor zijn cartoons ontwikkelde hij vaak al wandelend of al dromend in zijn slaap. In de jaren ‘50 kwamen de ideeën in overvloed en als vanzelf, later ging het soms wat moeizamer. Als hij dan inspiratie zocht, ging hij ook wel eens een eindje rondrijden in zijn Dafje (“zijn denkdoosje”) over kleine wegen in de regio. Hij had altijd een schrijfblok of schriftje bij de hand om zijn ideeën en ingevingen te noteren.
Smits bedacht zijn cartoons niet als in woorden te vertellen verhaaltjes, maar als verhaaltjes, die te verbeelden zijn. Al vanaf zijn eerste notities voor een cartoon werkte hij met beelden (symbolen, plaatjes). In zijn schrijfblok noteerde hij bijvoorbeeld: “heks met bezem. kijkt naar wind-zak” of “Chinees hondje aan staart”. Dergelijke korte beschrijvingen werkte hij vervolgens met zacht potlood uit tot schetsen (vóórtekeningen). Ton Smits maakte zijn potloodschetsen vaak op zomaar een stukje papier. Daarna trok hij die schetsen op zijn lichtbakje over met Oost-Indische inkt (of soms viltstift) op glad, wit tekenpapier van goede kwaliteit. Zo kwamen de definitieve cartoontekeningen tot stand. Smits' tekeningen zijn voornamelijk opgebouwd uit dunne, zwarte lijnen. Sommige tekeningen zijn met behulp van een penseel ingevuld met verdunde inkt (gewassen).
Onderstaand citaat is ontleend aan:
BAILEY, John, Intend on Laughter , New York, 1976 (paperback 1977), p.140
Ton Smits: “I cut a piece of typewriter paper into four or six smaller pieces. I sharpen a soft pencil, put its point somewhere on the paper and do my drawing in seconds. I never change anything at all. I just switch on my light table, put pieces of smooth drawing paper over the pencil drawings and go over the lines in black ink. Because I like to draw thin lines I keep fifty pens standing in a jar and use each one only for an hour or so. Smooth, highquality, white drawing paper takes my thin lines most easily.”

|
|
Ton Smits over cartoons tekenen
Met het Amerikaanse woord “cartoon” wordt een humoristische tekening of een getekende grap bedoeld. Een cartoon kan bestaan uit één tekening (met of zonder onderschrift), maar kan ook de vorm van een korte strip hebben en zijn opgebouwd uit meerdere tekeningen of paneeltjes (cartoonstrip) . Ton Smits tekende bij voorkeur cartoonstrips van vier of vijf tekeningetjes, waarin de hoofdfiguur aan het slot tot een conclusie komt.
Ton Smits: “Zelf maak ik het liefst cartoons in stripvorm (bijvoorbeeld vijf plaatjes onder elkaar). Dat kwam goed uit want dat werden dan halve pagina's in de allergrootste Amerikaanse tijdschriften. … Dat zijn niet de strips die dagelijks in een krant verschijnen; dat is een heel ander vak.”
Ton Smits was een meester in het genre van de "vrije cartoon". Dergelijke cartoons staan, in tegenstelling tot politieke cartoons, los van het moment. De mens met zijn gedachten, gevoelens en emoties vormt het hoofdthema van de "vrije cartoon".