De Gouden Palm

Sommige dingen blijven je bij als de dag van gisteren. In 1964 won ik op de zeventiende Salon van de Humor in het Italiaanse Bordighera de Gouden Palm, de hoogste onderscheiding, die er te verdienen valt in de wereld van de internationale humor. Ik won die Gouden Palm overigens met een tekening, die ik tevergeefs jarenlang had proberen to verkopen en die niemand wilde hebben. Het is de tekening van het ei en het kuikentje en dat wend wel mijn meest gepubliceerde tekening over de hele wereld.

Maar goed, ik had dus de Gouden Palm en ik nam hem in Bordighera dolgelukkig in ontvangst, maar ik moest hem wel nog een keer verdienen, want enkele uren na de uitreiking was ik hem al weer verloren. Die twee-de keer heb ik hem moeten verdienen met een nacht lang praten en dat is toch wat anders dan een nacht tekenen.

Het kwam allemaal omdat ik in de restauratiewagen to lang had zitten praten met Avv. Proc. Guido Murdolo, een advocaat uit Milaan. En toen stond de trein stil en waren we in Milaan. Teruggaan naar mijn coupe ging niet voordat ik alle mensen met al hun koffers had laten passeren en toen ik eindelijk op m'n plaats aankwam ging het licht in de trein uit en mijn bagage was verdwenen. De hele trein was leeg. Dus daar stond ik met wat ik aanhad en gelukkig een bundeltje reischeques. In Bordighera hadden ze mij gezegd dat de 'Riviera Express' doorging tot Utrecht. Enfin, nog eens gezocht en ook in andere compartimenten, want ik dacht dat er misschien gerangeerd was, maar de hele trein was leeg.

Toen ik mijn verhaal had verteld aan de 'capo' van de trein die wel doorging naar Amsterdam, stelde die mij gerust met de woorden: die koffers zijn samen met de andere door kruiers in deze trein gezet, stap maar in, dan zoeken we ze samen. Toen de trein een minuut of twintig onderweg was, zijn we hem helemaal door wezen zoeken, alle coupes open en weer dicht, maar nergens de koffers met de gouden palm! De rest was verzekerd, maar adressen, krantenartikelen en foto's verlies je toch niet graag. De meeste herrie maakten de douanemensen en het treinpersoneel echter over die gouden palm en in Como moest ik maar de trein uit gaan om de politie erbij te halen. Dat lukte, na veel getelefoneer door een meneer in het stationskantoor en tenslotte zei hij dat hij een vriend had gebeld, die onmiddellijk zou komen, hoewel hij geen dienst had maar thuis een feestje gaf. Dat was een spoorweg-politieman en die is zowat de halve nacht voor mij in de weer geweest. Alsmaar telefoneren, ook naar de politie in Milaan on hij ging zelfs met een lokaaltreintje met mij samen naar Milaan terug. En daar stonden al vijf wit-ge-uniformde agenten te wachten. Vier ervan hadden er natuurlijk niks mee te maken, maar ze stonden er dan toch maar en riepen het hardst van allemaal. Ze hadden al geinformeerd bij Gevonden Voorwerpen, maar: geen koffers van mij. Dus ik weer het hele verhaal opnieuw aan het vertellen tot we opeens een mannetje naar ons toe zagen hollen dat met handen en voeten begon uit te leggen dat hij geen dief was, maar dat hij twee grote valiezen eenzaam op het perron had zien staan. Hij deed zelfs voor hoe hij ernaar

gekeken had, hoe hij met z'n vinger op z'n hersens had gewezen toen hij nagedacht had wat met die koffers te doen. Dat was allemaal heel gek en ondertussen riep hij maar dat hij de koffers wel wist te staan. Hij deed weer voor hoe hij ze had opgepakt, een zwaar en een licht, en hij bleef zo voor ons uitlopen naar 'Gevonden Voorwerpen'. En nu was het zo, dat hij daar niemand had aangetroffen, maar de koffers had hij onder de toonbank gezet in het donker. En daar had niemand gekeken. Wel hadden ze gezocht tussen de andere bagage die genummerd en al was opgeborgen in rekken, met een man erbij om er op te letten. Het kleine mannetje haalde triomfantelijk de koffers te voorschijn en daarna zijn we met veel herrie naar een soort bar gegaan, waar ik die gouden palm heb laten zien en tekeningen die ik bij me had. Ik heb daar nog zitten tekenen ook en was doodmoe toen ik om 'n uur of vier weer in een trein zat. Natuurlijk zonder bed, in een gangetje van de tweede klasse, allang blij met m'n spullen terug!

Toen ik het verhaal had verteld aan andere mensen die half slapend op koffers zaten en toen ik even later naar het toilet liep, ging een dikke man met allebei z'n armen over mijn bagage heen zitten! En hij trok zo'n lelijk gezicht dat Been mens er nog aan had durven komen. Van de gouden palm wisten ze alles, van de kranten, de radio en de televisie.