Ton Smits-erepenning 1993
Roland Topor werd op 7 januari 1938 geboren in Parijs als zoon van Pools-joodse ouders. Zijn vader, Abram Topor, was schilder en beeldhouwer. Kort na Rolands geboorte verhuisde het gezin naar Savoye om te ontkomen aan het Nazi-geweld.
Roland Topor studeerde aan de École des Beaux-Arts in Parijs. Hij ontwikkelde zich tot een zeer veelzijdig kunstenaar; hij was onder meer actief als: kunstschilder, illustrator, kostuum- en decorontwerper, auteur (romans, novelles, toneelstukken), acteur, cineast, regisseur en programmamaker voor tv. Zijn werk kenmerkt zich door surrealisme, absurdisme en zwarte humor. Topor hanteerde vaak een bijtende spot. Hij was een non-conformist en een bon vivant . Hij werd zowel verguisd als bejubeld.
Tussen 1961 en 1965 tekende Topor cartoons voor het Franse blad Hara Kiri , dat zich specialiseerde in zwarte humor en satire. Topor publiceerde zijn tekeningen en verhalen ook in tijdschriften als: Bizarre , Arts , le Rire , Liberation en Fiction . In 1962 richtte hij samen met onder anderen Fernando Arrabal en Alexandro Jodorowsky de op Dada-georiënteerde Mouvement Panique op. Deze beweging bracht onder meer films en beeldende kunst voort.
In samenwerking met René Laloux vervaardigde Topor meedere animatiefilms. In 1973 ontvingen zij in Cannes de “Prix Spécial” voor de animatiefilm Le Planète sauvage . Topor speelde enkele kleinere rollen in speelfilms, onder andere in de film Nosferatu, Phantom der Nacht van Werner Herzog uit 1979. Ook ontwierp hij een groot aantal (film)affiches. In de jaren '70 publiceerde Topor de roman Le Locataire . Deze roman werd in 1976 verfilmd door Roman Polanski. Voor de film Casanova van Frederico Fellini maakte Topor verschillende tekeningen.
Topor schreef in de jaren '80 samen met Jean-Michel Ribes verschillende stukken voor televisie, theater en film. Van 1983 tot 1985 leverde Topor bovendien bijdragen aan het televisieprogramma Téléchat (RTF). Dit was een succesvolle parodie op het televisiejournaal met poppen in de hoofdrollen.
Topor exposeerde zijn beeldend werk – waaronder tekeningen, lino's en spuitbustekeningen – op vele tentoonstellingen in heel Europa. Hij exposeerde bij voorbeeld enkele malen in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In 1985 werd in West-Duitsland een overzichtstentoonstelling van Topors werk georganiseerd, onder de titel: Topor, Tod und Teufel . Deze tentoonstelling maakte vele tongen los en choqueerde het publiek.
In 1989 brachten Topor en Henri Xhonneux een verfilmde bewerking uit van het leven van de Markies de Sade ( Marquis ). De filmcritici en het publiek reageerden geschokt. In de jaren '90 schreef Topor meerdere toneelstukken. Topor werkte als tekstschrijver regelmatig samen met (muziek)theatermaker Jérôme Savary.
Roland Topor werd in 1993 onderscheiden met de Ton Smits-erepenning voor zijn gehele oeuvre. De stad Parijs kende hem de Grand Prix des Arts toe.
Topor overleed in 1997, slechts 59 jaar oud. Hij werd begraven op de Cimetière du Montparnasse in Parijs.