Ton Smits over getekende humor en cartoons

Onderstaand citaat is ontleend aan boekomslag:

VISTO, H.E., Jawel Majoor , Eindhoven, 1945

•  “Tussen de caricatuur en de satyre is een diepere overeenkomst, dan dat beiden “spot” in zich bergen. De caricaturist heeft een speciale intuïtie waarmee hij personen en toestanden aanvoelt en analyseert, en paart hieraan de gave zijn visie in een beeld vast te leggen. Een blik op een caricatuur en wij weten meer dan vele krantenartikelen ons kunnen vertellen. Zo is 't ook met den satyricus, met dien verstande, dat hij zich niet in 't beeld, maar het woord uit.”

Onderstaande citaten zijn ontleend aan:

BAILEY, John, Intend on Laughter , New York, 1976 (paperback 1977) 

•  Ton Smits: “[I never sketch from nature] … because I use symbols all the time and because it seems to me that symbols express better and more directly what people think. I am not interested in drawing people as they really look. I like to watch people and observe the subtlest things they think, but I never sketch the people.”

•  Ton Smits: ” … [my] own kind of humor almost entirely depends on simplicity and on the expressions on the faces of the people I draw. These expressions are so important because they make it clear … what is going on in the minds of the characters I use. All of my better things always deal with what is going on in the minds of people.”

 

Onderstaande citaten zijn ontleend aan de monografie over Ton Smits:

SCHOOT, Jasper van der, VOSSEN, Thijs, Ton Smits schilderijen – cartoons , Venlo, 1981

•  In 1954 vertelt Ton [Smits] over getekende humor: “De grote fout, die steeds weer gemaakt wordt (en gemaakt zál worden) is gelegen in de veronderstelling, dat cartoonisten tekenaars zouden zijn die humor maken. Niets is minder waar. Zij zouden ook clown kunnen zijn of filmkomiek of schrijver van humoristische boeken. Het tekenen is voor de cartoonist uitsluitend middel, maar geen doel en ook geen “beroep”. De tekening is het instrument, waardoor de humor wordt meegedeeld en niets meer. Natuurlijk wordt de soort van humor wel eens door de mogelijkheden van de vorm, de tekening dus, bepaald. Er zijn tè veel soorten humor én humoristen om ze allemaal onder één omschrijving te kunnen vangen. Er zijn evenveel soorten humor als er humoristen zijn en tevens evenveel als er beschouwers zijn, omdat hetzelfde grapje op vrijwel elke persoon weer een andere indruk maakt.”

•  “Omstreeks 1948 beperkt [Ton Smits] zich tot een minimale vormentaal. Een horizont heeft zo niet langer meer een boom of lucht nodig, een simpele lijn is … voldoende om een omgeving aan te geven. Ton Smits: “ Laat je niets gebeuren dan heb je geen dingen nodig. Als een mannetje zit, dan moet ik een paar streepjes trekken waar hij op zit. Buiten is: de zon, drie vogeltjes. Nacht: streepje horizontaal, symbooltje voor maan en sterren. Geen zwarte lucht, geen atmosfeer. … Ik heb uitsluitend nodig wat niet kan worden gemist om de gang van een gedachte duidelijk te maken. Ik teken in symbolen …”.

•  Ton Smits: “Denkend over hetzelfde onderwerp komen over de hele wereld mensen tot hetzelfde idee, dat in ieder afzonderlijk geval helemaal oorspronkelijk kan zijn, maar toch in wezen hetzelfde als het idee van een andere tekenaar. Dit is niet te voorkomen … Je denkt wél anders dan de meeste mensen, maar je denkt tevens, min of meer, hetzelfde als sommige van je collega's. Ook hierom vind ik dit vak echt moeilijk. Je maakt op de eerste plaats iets van niets … je begint met een stapeltje maagdelijk papier. En dan moet je het ook nog zo doen dat de kans, dat ook iemand anders hetzelfde heeft gedacht, klein is. Het is een zo moeilijk vak, dat het buiig genoemd mag worden. In mijn geval althans gaat het met buien wel en dan weer een tijdlang niet.”

•  Ton Smits: “… in de loop van de jaren is het mij opgevallen dat ik … nooit iets teken wat gebeurt, maar altijd een denkproces vastleg. In het laatste paneeltje van een strip blijkt dikwijls wat het gebruikte karakter heeft gedacht. In vergelijking met collega's is dit mijn specialiteit en eigenheid.”

Onderstaande citaten zijn ontleend aan:

STICHTING TON SMITS, P.S.-jes van Ton Smits Vertelsels & Cartoons , Eindhoven, 1982 

•  Ton Smits: “Voor het maken van cartoons moet je erg goed kunnen tekenen om het eenvoudig genoeg te kunnen doen. Hoe ingewikkelder en naturalistischer hoe gemakkelijker. Want dat is een kwestie van een beetje techniek en een beetje geduld. Hoe eenvoudiger hoe moeilijker zou je kunnen zeggen.”

•  Ton Smits: “Er zijn zoveel soorten cartoonhumor als er beoefenaars van dit genre zijn. … Wat een cartoon in wezen goed maakt, is een oorspronkelijke vondst, een humoristisch uitgangspunt. Als een cartoon goed is, is de vorm waarin hij gegoten is goed en dienstig.”

•  Ton Smits: “Ik teken of schilder niet wat ik zie ( en zoals je dat op de academie leert) maar wat ik denk. Het is dus allemaal fantasie en dat geldt zowel voor de schilderijen als voor de “cartoons”.”

•  Ton Smits: “Humor is een bepaalde kijk op het leven. Gedachten en denkbeelden zijn vrij. Een kijk op het leven kan op veel manieren worden uitgedrukt of bekendgemaakt. Niemand heeft het recht deze vrije uitingen een dwangbuis aan te leggen. … Zoals ook het leven is echte humor niet te vangen of zelfs maar te analyseren. Men kan een kikvors uit elkaar halen en al zijn onderdelen bestuderen, maar men mag nauwelijks verwachten daarna nog een levende kikvors over te hebben. Definities van humor kloppen nooit geheel, behalve met betrekking tot de ene vorm van humor waarover ze gaan. Ieder lacht op zijn of haar eigen wijze en om hem of haar amuserende zaken.”

•  Ton Smits: “… the underlying theme in [my] work is what goes on in the minds of the characters I use and … the visualized thinking of these characters preferably deals with human essentials like loneliness.”